Dun is terug van nooit weggeweest
Maar geen paniek: in deze nieuwsbrief geef ik 3 concrete tips om minder waarde te hechten aan je uiterlijk.
De media slaan alarm: heroin chic is terug. Vals alarm, want dit schoonheidsideaal van extreme dunheid is nooit weggeweest. Korte tijd kregen enkele mid- en plus-size modellen toegang tot de catwalk, maar de standaard bleef size 0.
Desondanks is het goed dat er weer alarm wordt geslagen. De berichten over magere modellen openen het gesprek over onze dieetcultuur, waarin iedere vrouw onder druk staat om zich niet goed te voelen over haar lijf. Voor elk mager model zijn er miljoenen vrouwen die zich dagelijks afvragen: ben ik te dik/dikker geworden?
De afgelopen jaren werd body positivity gezien als hét tegenwicht voor deze traditie van negatieve zelfevaluatie. De crux van de beweging is dat ieder lichaam er mag zijn en gerespecteerd dient te worden. We moeten onze lichamen vieren, inclusief alle kenmerken die niet voldoen aan het geïdealiseerde plaatje.
Toch bevestigt ook de nadruk op de acceptatie van je uiterlijk de toxische logica van onze dieetcultuur. Namelijk, dat je überhaupt iets van je lichaam moet vinden. Hetzelfde geldt voor de body neutrality beweging, die stelt dat je je lichaam moet waarderen op basis van wat het allemaal kan. Echte vooruitgang, zou je denken, is dat we gewoon niet zo met onze lichamen bezig zijn.
Makkelijker gezegd dan gedaan, blijkt ook weer uit de feministische opiniestukken die recent over het thema verschenen. Tatjana Almuli betoogde bijvoorbeeld in Het Parool dat we “ruimte moeten maken voor het ‘gewoon’ ademende, bewegende, levende, lichaam, zonder er continu een (nieuwe) esthetische norm en bijbehorend waardeoordeel aan op te leggen.” Een prachtig voornemen, maar hoe maak je het waar?
Laat ik daar nou concrete handvatten voor hebben.
In mijn werk als counselor bij eetproblematiek hielp ik vrouwen om weer goed in hun vel te zitten. Doorgaans betekent dat niet dat je je lichaam nooit meer negatief beoordeelt. Complete neutraliteit is simpelweg onverenigbaar met het leven in onze door uiterlijk en zelf-monitoring geobsedeerde maatschappij. Maar wat je wél kan bewerkstelligen, is dat je uiterlijk geen centrale plek inneemt in je leven. Het resultaat: meer ruimte voor andere en vooral leukere zaken.
Dit zijn mijn drie meest beproefde strategieën.
1. Doe afstand van de gereedschappen waarmee je je lijf evalueert
Als je je goed wilt voelen over je uiterlijk, lijkt het voor de hand liggend om voor de spiegel te gaan staan en te bedenken hoe mooi en geweldig je wel niet bent. Toch is deze strategie vaak een recept voor ellende. Dat heeft een simpele reden: een spiegel is geen neutraal reflecterend object, maar een hulpmiddel voor zelfevaluatie. Bewondering heeft daarin meestal geen prioriteit. De meeste mensen kijken in de spiegel om hun uiterlijk te “checken”; om te bepalen in welk opzicht het tekortschiet. Deze gebruiksgewoonte kun je niet van de ene op de andere dag afleren.
Het is veel makkelijker om je spiegel (deels) af te dekken of weg te doen. Hetzelfde geldt voor de weegschaal, het meetlint, of die ene broek waaraan je afmeet hoe dun je bent. Als je de gereedschappen voor zelfevaluatie niet ter beschikking hebt, is het moeilijker om jezelf te evalueren en kom je dus ook minder snel tot een negatief oordeel. Welk gereedschap je ook gebruikt, doe het de deur uit: je hebt er uiteindelijk niets aan.
2. Stop met lichaamspraat
Kiki Boreel schreef deze week in de Volkskrant dat we het beoordelen van lichamen doorbreken door elkaar andere vragen te stellen: “Dus niet: hoe ziet ze eruit? Maar: wat zegt ze?”.
Zo is het maar net. Negatieve lichaamspraat - nare opmerkingen over je eigen lichaam of dat van andere mensen - maakt onzeker. Wederom lijkt het dan beter om aan positieve lichaamspraat te doen; om jezelf en elkaar complimentjes te geven. Maar ook positieve lichaamspraat bevestigt het idee dat onze lijven dingen zijn om te beoordelen en maakt het uiterlijk relevant. Dus ben je geneigd iets normatiefs te zeggen over je eigen lichaam, of dat van een ander? Begin dan gewoon over een ander onderwerp.
3. Ontwikkel een ander informatienetwerk
Wat je kijkt, leest en luistert, bepaalt grotendeels wat je belangrijk vindt. Ben je onzeker over je lijf? Vermijd dan de bronnen waardoor je wordt aangezet om je lichaam te beoordelen, zoals thinfluencers, fitspo, modetijdschriften en dergelijke. Ga in plaats daarvan op zoek naar informatie die verband houdt met andere aspecten van je leven. Vogelspotten, tuinieren, geopolitiek, feministische kritiek. Hoe meer afstand je neemt van de kanalen die eetgedrag en uiterlijk met morele waarde associëren, hoe minder sterk die connectie blijkt.
Boeken
Passend bij het thema van deze week: twee boeken over schoonheidsnormen en dieetcultuur die ik recent las.
The art of not eating - Jessica Hamel-Akré
Wanneer het over dieetcultuur gaat, wordt al snel verondersteld dat individuele overtuigingen over lichaam en eetgedrag van bovenaf worden opgelegd door bijvoorbeeld de modewereld en de media. Als er minder magere modellen zijn, worden vrouwen vanzelf minder onzeker. Maar zo simpel is het helaas niet; onze morele opvattingen over eten en lichaam hebben veel diepere wortels. In dit boek verbindt Hamel-Akré haar opvattingen over haar lijf met historische bronnen over vrouwelijkheid, religieus vasten, en de teksten van 18e eeuwse dieetgoeroes. Ik vond het mateloos interessant.
The Beauty Myth is een klassieker en niet zonder reden. Het laat overtuigend zien hoe dieet- en schoonheidsnormen bewust en onbewust worden ingezet voor de onderdrukking van vrouwen. Dit is mijn favoriete passage uit het boek:
“[O]ur portions testify to and reinforce our sense of social inferiority. If women cannot eat the same food as men, we cannot experience equal status in the community. As long as women are asked to bring a self-denying mentality to the communal table, it will never be round, men and women seated together” (p. 190).
Beste lezers van Beeldspraak, tot volgende week!


